De juiste watertemperatuur voor je deeg
Bereken hoe warm het water moet zijn, zodat het deeg na het kneden de temperatuur heeft die je wilt. Meet daarna het deeg en stel de volgende keer bij aan de hand van de thermometer.
Water van 34 °C
4 × 26 − 22 − 22 − 26 − 0 = 34 °C.
Meet het deeg aan het eind van het kneden en pas de opwarming de volgende keer aan. Deze methode, waarin elke factor even zwaar telt, is een schatting, geen warmtebalans.
Hoe je het berekent
King Arthur gaat uit van de gewenste deegtemperatuur en telt drie factoren zonder voordeeg, vier met voordeeg. Je vermenigvuldigt de gewenste temperatuur met dat getal en trekt er de temperatuur van de bloem, die van de keuken, de opwarming door het kneden en, als je die gebruikt, die van het voordeeg van af. Elke factor telt even zwaar; de methode rekent niet met de warmte-eigenschappen van de afzonderlijke ingrediënten.
De opwarming hangt af van je keukenmachine of van hoe je met de hand kneedt. Nul is alleen de beginwaarde. Meet het deeg aan het eind van het kneden, vergelijk het met de gewenste temperatuur en pas de opwarming aan als je de volgende keer een vergelijkbaar deeg maakt.
De uitkomst gebruiken
Moet het water erg warm of erg koud zijn, controleer dan eerst wat je hebt ingevuld en de temperatuur van de ingrediënten, in plaats van je planning te forceren. Volg voor het water en de gist of zuurdesem je recept. Meet het deeg met een thermometer; de hoeveelheid zuurdesem bereken je met de calculator voor het voeden van je zuurdesemstarter, en die van elk ingrediënt met de bakkerspercentages.